Heer van stand

De enige familieleden die de politie wist te vinden via de Gemeentelijke Basis Administratie, waren een nicht en een neef, kinderen van twee al lang overleden broers van hem.

Ze dachten dat hij in de tachtig was, maar hij was nog maar 75 toen hij op straat een hartstilstand kreeg. Een meisje dat daar woonde belde 112, maar het ambulancepersoneel probeerde tevergeefs hem nog te reanimeren.

Oom Bauke was een keurige man om te zien, je zou bijna zeggen: een heer van stand. Zo praatte hij ook, een beetje bekakt, zeggen mensen die hem gekend hebben. Een man met interesse voor literaratuur, kunst en filosofie.

Oom Bauke was vervreemd van zijn familie en had ook geen vrienden. Dat was te wijten aan zijn gedrag, dat weer een gevolg was van enige stoornissen in zijn besturingssysteem. Hij was tot haar dood bij zijn moeder blijven wonen, die hem nog steeds verzorgd had.

Eén van oom Bauke’s stoornissen was smetvrees.

Als jonge man al, toen er nog geen douches waren, sloot hij zich urenlang op in de keuken om zich te reinigen. Neefjes en nichtjes, die bij oma op bezoek kwamen, konden dan geen koekjes bakken met oma en zelfs geen drinken krijgen. En o wee, als ze teveel lawaai maakten als oom Bauke zich weer buiten de keuken had begeven: hij verdroeg niets!

Ook later toonde oom Bauke dat zijn gedrag buiten het gangbare viel. Als familieleden hem in de stad op straat ontmoetten, kregen ze wel eens medelijden met zijn eenzame bestaan.  Wee degene die hem dan uitnodigde om ’s anderendaags om vier uur te komen theedrinken.

Hij kwam, genoot van de thee en het gesprek, maar kwam ook de volgende en de daaropvolgende dag wederom stipt om vier uur op de thee. Hoe leg je zo iemand op een vriendelijke doch duidelijke manier uit dat dat niet de bedoeling is, zonder hem te kwetsen of je eigen schuldgevoel aan te wakkeren?

Toen Bauke’s moeder was overleden, nodigde een van zijn broers hem uit om in het vervolg bij zijn gezin dagelijks een warme maaltijd te komen gebruiken. Oom Bauke en koken, nee, dat zag niemand zitten en in het bijzonder oom Bauke zelf niet. Aldus geschiedde.

Totdat. Ja, totdat oom Bauke de grenzen van het incasseringsvermogen van zijn broer op een wel zeer extreme manier overschreed. Een zoon van Bauke’s broer was die dag verongelukt. Toen oom Bauke op de gebruikelijke tijd verscheen, werd hem verteld wat er was gebeurd. Het eerste dat vervolgens uit oom Bauke’s mond kwam, was: "Maar hoe gaat het nu dan met mijn warm eten?"

Nu waren de nicht en de neef genoodzaakt om allerlei zaken te regelen. Ze moesten wel in zijn huis rondsnuffelen naar documenten en gegevens. Er was ooit een broer van Oom Bauke geëmigreerd naar Australië, maar ook daarvan was niet bekend of hij nog leefde, en zo ja, waar op dat grote continent.

De nadrukkelijkste ontdekking die neef en nicht deden in het huis van oom Bauke, was dat het opruimen en schoonmaken niet door oom Bauke waren uitgevonden. De WC scheen niet te zijn schoongemaakt sinds hij er was komen wonen. Het aanrecht stond vol met door de schimmel nauwelijks herkenbare voorwerpen. Het meubilair lag vol met lektuur, net als de vloer. Langs de muren hoge stapels kostbare, nooit uitgepakte tijdschriften over filosofie, kunst en architectuur.

Zijn smetvrees beperkte zich blijkbaar tot zijn lijf, voor de dingen die hij ergens wilde neerleggen gebruikte hij velletjes van keukenrollen, die hij, volgens al zijn bewaarde boodschappenbriefjes, in grote hoeveelheden aanschafte.

Oom Bauke bleek een uitvaartverzekering te hebben die juist toereikend was voor een beschaafde crematie. Ondanks zijn gedrag, waarmee hij de hele familie van zich vervreemd had, waren de bereikbare neven en nichten allemaal gekomen. Hun partners meegerekend, waren ze er met hun negenen voor het afscheid van oom Bauke.

Toen ze de rouwkamer betraden met de open kist, waren de gesprekken uit de ontmoetingsruimte even terzijde gezet. Van de vier partners had slechts één oom Bauke ooit in levende lijve gezien.

Naast de kist werd commentaar gegeven op de verschijning van oom Bauke in deze toestand. Hij lag er keurig verzorgd bij. Zijn handen, die voor zijn lichaam waren gevouwen, waren lang en slank. "Bepaald geen werkmanshanden", zei iemand.

De stemming werd milder tegenover de wrange herinneringen die eerder waren opgehaald en er tekende zich zelfs een bepaald medelijden af met de man die door eigen gedrag toch zo’n moeilijk leven gehad moest hebben.

De uitvaartverzorger vroeg het gezelschap weer even naar de ontmoetingsruimte te gaan, terwijl de medewerkers de kist gingen sluiten. De gesprekken bloeiden nu helemaal op, terwijl iedereen zich naar de deur begaf.

Ik liep achteraan en keek nog even achterom. Ik zou zweren dat oom Bauke heel stiekem nog even een ooglid op een kiertje opende, verbaasd over zo’n grote opkomst en nieuwsgierig wie dat allemaal waren…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

5 reacties op Heer van stand

  1. Pasula zegt:

    Apart is dat, zo’n man die eigenlijk niemand heeft en dan staan er in feite allemaal vreemden rond zijn kist. Raar…

  2. Dwarsbongel zegt:

    @JWN: Ik heb je reacties hier weggehaald, omdat ze niet passen bij de sfeer van dit verhaal.

  3. Elly zegt:

    Toch welgemeend gecondoleerd.
    De heer van stand heeft blijkbaar geleefd zoals hij vond dat het leven geleefd moest worden….

  4. JWN. zegt:

    (ik kan me al niet eens meer herinneren wat er stond, maar sorry als t niet gepast wat!)

  5. Dwarsbongel zegt:

    @JWN: Met je reacties was op zichzelf niets mis, maar ze gingen niet over dit verhaal. Het waren reacties op wat ik op jouw log geschreven had. Daarom pasten ze niet bij de sfeer van dit verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s