Truien

"Ik heb ruzie met mijn vrouw", zei Piet, "over mijn trui". We zaten aan de koffie in de pauze van een saaie vergadering. Ik vond het een mooie trui. Fleurig, maar ook een heer van stand zou zich er mee kunnen vertonen.
"Hoezo dan?" vroeg ik, "Helpt zij jou niet met het uitzoeken van kleren?"
"Soms wel, maar deze had ik al voordat ik haar leerde kennen, het is mijn lievelingstrui, maar zij heeft er iets tegen."
"Wat kan ze nou op die trui tegen hebben? Het is toch een prachtige trui?"
"Ja," zei Piet, "ik heb ´m gekocht omdat ik ´m mooi vond, maar zij heeft een andere smaak, zegt ze, zij vindt ´m lelijk."
Ik vraag: "Maar respecteert ze dan niet wat jij mooi vindt, of prettig vindt om te dragen?"
"Dan zegt zij, dat ik geen rekening hou met háár gevoel! Ja, ze is wel een beetje een rare in die dingen, vind ik… het gaat toch om mijn eigenheid?"
Iemand komt Piet interrumperen met een wandelgang-gesprek.
Piet´s trui is van een zeer fijngebreide stof en heeft brede gekleurde banen overdwars: donkerblauw, donkergroen, donkerrood en de helderste baan is okerachtig geel.

"Maar wat vindt zij dan wel mooi, als ze deze trui al niet mooi vindt?" vraag ik als we weer alleen zijn.
"Nou, ik heb ooit zo´n zandkleurig vest gekocht, dat heb ik altijd in de kast liggen, omdat ik het lelijk vind, maar niet versleten is. ´s Winters doe ik het nog wel eens aan als ik buiten aan het werk moet."
"Waarom heb je dat dan in vredesnaam gekocht?"
"Ik had toen heel dringend een vest of trui nodig omdat ik op dienstreis moest , en ze hadden in mijn vaste winkel niets anders. Later heb ik deze trui gekocht om dat te compenseren."
"Maar bepaal jij dan niet zelf welke kleren je aantrekt?"
"Normaal wel, maar als ik deze trui aan doe, zegt ze er altijd wat van. Zo van: ´He jakkes, niet die trui!´, of: ´nee, niet alwéér die trui!´. Dat is elke keer weer een discussie. En als ik dan zeg, dat ik ook vaak, om haar een plezier te doen, die andere trui draag die ik heb, maar die ik eigenlijk lang niet zo mooi vind, dan reageert ze daar helemaal niet op."
"Zeg jij er wel eens iets over wat zij aanheeft?"
"Nou, ja, ik geef haar nog wel eens een complimentje, dat vind ze leuk. Of ik zeg iets praktisch, zoals of ze die witte rok wel zal aantrekken als we met de kleinkinderen naar een speeltuin gaan."

Piet slaakt een diepe zucht. "Juist in deze trui voel ik me altijd opgewekt en vitaal, dat maakt het probleem zo vervelend, want mijn andere trui heb ik eigenlijk alleen maar gekocht omdat mijn vorige vriendin die zo mooi vond en hij toevallig in de uitverkoop lag. Maar mijn goeie gevoel bij déze trui gaat zo ook helemaal naar de kloten…"
Het gesprek valt stil.

"Tja," zegt Piet dan, "Ze is nou eenmaal altijd bezig met hoe ze er uit ziet. Ze kan geen spiegel voorbijlopen zonder te kijken of er misschien iets niet goed zit. En elke dag iets anders aan, geen twee keer in de week hetzelfde! Maar als ik dat verdomde vest aantrek wat zij mooi vindt, voel ik me alsof ik een boer ben die op zondag de mestafvoerinstallatie van zijn volautomatische varkensfabriek in werking stelt, of als een dement achter zijn rollator ronddolende ouwe zak…"

De koffie is op, de koek is op en we worden weer rond de tafel geroepen.
"Ik voel dat heel anders dan zij," zegt Piet, terwijl we naar de vergaderzaal lopen, "ik trek aan wat ik denk dat voor die dag geschikt is, en wat schoon genoeg is. Ik hoef niet zo nodig alles anders aan dan de vorige dag, daar ben ik helemaal niet mee bezig!"

Door het verhaal van Piet, denk ik aan een trui die mijn moeder met veel liefde voor mijn stiefbroer gebreid had, en die hij te bont vond.
Hij was de eerste broer die, omstreeks zijn 18de, een echt kostuum kocht, om de dames te imponeren. Dat was was een pak met een donker bruin/groen streepjesmotief. Daar zal hij met gemengde gevoelens aan terug denken, alshij het niet verdrongen heeft: we noemden het consequent zijn "poepstreepjespak". Hij was bankwerker, later is hij tot tekenaar-constructeur opgeklommen.
Wat ik grappig vind is, dat zijn vrouw mij, qua kleding, later aan hem ten voorbeeld stelde, toen ze de huwelijkse staat van voortdurend kibbelen hadden bereikt.

2326trui

Ik heb die versmade trui destijds gekregen en heel vaak met plezier gedragen. Ik heb hem nog steeds, al kan ik ´m niet meer aan, na zo´n 45 jaar. Ik kan er geen afstand van doen, het is een monument voor de verstandhouding tussen mij en mijn moeder, door alle stormen heen…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

3 reacties op Truien

  1. tagrijn zegt:

    Zo’n trui heb ik ook al bijna 20 jaar. Grijs en door mijn moeder gebreid. Maar hij was me veel te klein. Toch bewaar je dat dan…

  2. FeeX zegt:

    Er gaat veel werk zitten in eigen gemaakte kleding.alleen dát heeft vaak al zijn charme.
    Zelf hou ik wel van vesten en truien.

    Alhoewel ik zelf ooit ook eens een trui heb gebreid… maar deze eigenlijk qua model een beetje raar uitviel.( dus eigenlijk achterin de kast wegmoffelde,ipv wegdoen.)

  3. Natasza zegt:

    Ik heb ook nog zo’n zelfgebreide trui van mijn moeder. Eigenlijk nooit gedragen, maar ik heb hem nooit weggedaan en nu, nu mijn moeder alweer 8 jaar is overleden, pak ik hem soms vast en denk aan haar.

    Fijn weekend.
    Natasza

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s