Mijn carrière [4] — NatLab RU Groningen [2]

Vervolg van Mijn carrière [3]

Andere taken die mij ten deel vielen, waren het beheer en bedienen van machines voor perslucht, vloeibare lucht en vloeibare stikstof. Ik transporteerde per dienstfiets allerlei documenten en spullen tussen andere instituten en het onze.
Aan het eind van de werkdag moest ik, als jochie van 17, het hele gebouw controleren en afsluiten.
Het interne transport kwam grotendeels voor mijn rekening. Er moest vaak meubilair worden verplaatst. Het magazijn op de tweede verdieping moest bevoorraad worden. Experimenteer-opstellingen verplaatst. Heel veel kon ik alleen doen, door de aanwezigheid van goede transportmiddelen.
Ik was een keer in m´n eentje bezig een karretje te verplaatsen van de ene kant van het gebouw naar de andere, met daarin een vracht "loden bakstenen". Die dienden om de straling van radio-actieve experimenten af te schermen. Dit vrachtje moest ook naar een andere verdieping. Het materiaal was ruimschoots sterk genoeg. Inladen kostte even tijd. Het takelen ging vlekkeloos. Het ging allemaal goed, totdat ik bij een hellinkje met een bocht kwam, en nou net even de kar niet tijdig kon bijsturen, zoals anders. Krak, zei een raam…

Een andere keer waren een paar heren met een van de takels bezig. Ze vonden dat ik het druk genoeg had, en dat zij het ook wel konden. Er moesten pakketten karton naar het magazijn gebracht worden, vanaf de begane grond naar de tweede verdieping. Die paketten wogen zo´n 25 kg per stuk. Een van de karren werd volgeladen en aan het takelblok bevestigd. Voorzichtig werd de kar naar de rand van de verdieping gereden en opgetakeld. Boven, op de tweede verdieping, moest de kar dan weer op de verdiepingsvloer getrokken worden. Dat was iets lastiger, omdat deze takel niet op een loopkat bevestigd was. De ruimte tussen takel en vloer was daar gering, en de kar moest dus stevig aangetrokken worden om hem boven de verdiepingsvloer te krijgen. Waar het deze mensen aan ontbrak, was ervaring met dit type karren, al hadden ze het kunnen weten. Bij het inladen hadden ze gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zijschot van de kooiconstructie er uit te tillen. Nu trokken ze de kar naar binnen. Ja, aan de beugel van het uitneembare schot. Dat schoot los, de kar maakte een scherpe zwaai, en het karton donderde van tweehoog naar de kelder.
Gelukkig liep daar stomtoevallig net niemand onder, want de heren hadden ook geen beveiligingsmaatregelen geplaatst. Wat er wel onder stond, was een splinternieuwe "zuurkast" (experimenteerkast om met gevaarlijke chemicaliën te werken). Splinternieuw werd: nieuwe splinters! Voor het bedrag dat die kast kostte, moest ik een half jaar werken!
De volgende keer mocht ik weer takelen…

Wordt vervolgd

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

6 reacties op Mijn carrière [4] — NatLab RU Groningen [2]

  1. Gert Eldering zegt:

    Fouten op het werk. We hebben er allemaal van geleerd. Mijn ervaring dateert uit het eind van de jaren zestig bij het rekencentrum van de Leidse universiteit. Het was mijn taak om ervoor te zorgen dat een overzicht van alle studenten werd afgedrukt, meer dan 10.000 personen. Dat overzicht moest op drievoud papier worden gedrukt. Dat waren drie lagen papier, met twee lagen carbon er tussen, zodat op de toenmalige printers, die de karakters stevig op het papier ramden, drie kopieën tegelijk bedrukt konden worden. Per nieuwe studierichting moest op een nieuwe pagina worden begonnen, zodat iedere studierichting een afdruk van de eigen studenten kon krijgen. We leverden toen aan het eind van de dag de programma’s in en de volgende ochtend was het werk dan gedaan. Toen ik de volgende morgen op mijn werk kwam en naar mijn uitvoer zocht, wees een wat olijk kijkende operateur mij een karretje aan: “Kijk, Eldering, daar staat je uitvoer.” Het karretje was volgeladen met ettelijke dozen papier. Ik was vergeten de studentgegevens voor het afdrukken op studierichting te sorteren. Het gevolg was dat voor bijna iedere student een nieuw blad papier werd afgedrukt. Die dozen konden dus regelrecht naar het oud papier. De operateurs waren doorgaans slim genoeg om, als er veel afwijkende uitvoer werd geproduceerd, het programma af te breken. Dus ik denk dat ze mij deze leerervaring niet wilden onthouden… Met hartelijke groet aan neef Dwarsbongel.

  2. Dwarsbongel zegt:

    Hoi Gert!
    Weer een heel mooi voorbeeld van de algemene wijsheid: “Een computer doet wat je zegt, niet wat je bedoelt!” Heb ik ook wel enige ervaring mee.
    Wat voor type computer(s) hadden jullie toen?
    Ik herinner me dat in het begin van diezelfde jaren 60 een Zebra de trots van het rekencentrum in Groningen was. Allemaal losse plug-in units met “radiobuizen” (triodes) als schakelelementen… Dezelfde functionaliteit lachen we nu om als een zakjapanner niet veel en veel meer zou doen! Die units werden regelmatig in onze elektronische werkplaats gerepareerd.

  3. Gert Eldering zegt:

    Onze computer was een IBM 360/50 met naar ik meen, toen ik in 1968 bij de universiteit arriveerde, 256 KILO-byte geheugen en dat was heel wat in die tijd. Want ik hoorde dat de computer bij aanschaf in 1966 één van de grootste computers in Europa was. Deze computer was wel getransistoriseerd; op de afzonderlijke printplaten zaten enkele transistors en wat andere onderdelen. Voor het onderhoud liep een IBM-technicus in vaste dienst rond en maandagochtend lag de computer vanwege het onderhoud stil.

    Toen een paar jaar later het geheugen van de toenmalige computer werd verdubbeld – ik geloof van 1 naar 2 megabyte – tracteerde IBM het hele rekencentrum op een buffet en dan te bedenken dat ik nu een 2 GIGA-byte kaart in mijn fototoestel heb zitten!

  4. Dwarsbongel zegt:

    Hoi Gert,
    Mijn eerste prive-computer was een OSI (Ohio Scientific Instruments) Superboard 2. BASIC en “monitor” zaten in 8 kByte ROM, en de standaard 4 kB RAM heb ik voor een vermogen verdubbeld naar 8kB. Het opslagmedium was een (audio-) cassetterecorder; het beeldscherm was een portable TV-tje waar een passende video-ingang ingesoldeerd was. Het moederbord moest met een kunstgreep aangepast worden op ons 50Hz systeem, want het was Amerikaanse “import-speciaal”. Ons bedrijf gaf een demo in de VS. Er gingen 6 lege pertinaxplaten mee heen, en er kwamen 6 moederborden terug langs de douane op hetzelfde karnet.
    Van een gesneuvelde wasmachine heb ik er een afschermende metalen kast omheen gebouwd, ten gerieve van mijn buurman, legaal zendamateur, die last had van de radiofrequente straling van mijn speeltje.
    Een bekend verhaal uit die tijd was, dat de hele admninistratie van een vleesfabriek draaide op een computer met 4kB ringkerngeheugen…

  5. Natasza zegt:

    Ik heb het weer met interesse gelezen.

    Nog een fijne zondag.

    Carpe Diem
    Natasza

  6. Gert Eldering zegt:

    We dwalen een beetje af van jouw oorspronkelijke verhaal, als we het gaan hebben over ons computerverleden, maar goed. Mijn eerste persoonlijke computer dateert van zo’n 30 jaar geleden. In Wireless World – een Engels elektronicablad – stond een serie artikelen over een zelfbouwcomputer, de Nascom. Er kwamen toen voorzichtig al wat computers op de markt, maar die vond ik veel te duur en deze kwam voor een bedrag van meen ik 200 pond wel binnen mijn bereik. Het voordeel ten opzichte van andere bouwkits was dat deze een echt toetsenbord had. Het geheugen was 1 kilobyte RAM en 1 kilobyte ROM voor het besturingssysteem. Het duurde erg lang voordat ik eindelijk aan de slag kon, want het kleine bedrijfje kon de onverwacht grote vraag volstrekt niet aan, en heeft ook geen lange historie gehad. Op zich verliep het bouwen wel goed, maar ik heb deze computer nooit goed aan de praat gekregen.

    Tussentijds had ik nog een klein computerbouwdoosje aangeschaft – de Science of Cambridge Mk. 14 – met een onbruikbaar hexadecimaal toetsenbordje en een LED-display uit een calculator en 256 bytes geheugen. Die heb ik wel werkend gekregen en er zelfs nog programma’s op gemaakt. Die moesten wel iedere keer worden ingetikt, want een cassette-interface had hij niet. Begin jaren tachtig heb ik toen een Tandy TRS-80 aangeschaft en daarna verschillende andere computers, met name 8-bits Atari’s. In 1989 kocht ik mijn eerste echte IBM-compatibele PC en “de rest is historie”. Overigens heb ik die Science of Cambridge nog; ik zal je een foto mailen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s