1768 en nu

Soms probeer ik mijn ontwikkelingsachterstand in te halen. Momenteel verdiep ik me in de bundel "Filosofische vertellingen" van Voltaire.
Ik heb nu net het verhaal "De prinses van Babylon" uit. Dit verhaal uit 1768 bevat een fragment, waarbij ik dacht iets over de hedendaagse situatie te lezen.
Korte uitleg van de context: Amazan, die toch iets meer blijkt te zijn dan een eenvoudige herder, is verliefd geworden op de prinses van Babylon, Formosante. De verliefdheid is geheel wederzijds, maar Amazan denkt ten onrechte denkt dat zij een andere levensgezel heeft gekozen. Hij gaat teleurgesteld op wereldreis, en prinses Formosante reist haar geliefde Amazan achterna met haar entourage.
Zo schept Voltaire een situatie waarin hij velerlei overtuigingen en levenswijzen kan voorzien van commentaar.

Het fragment:

Zodra de keizer van China had vernomen dat de prinses van Babylon voor de poorten van de stad stond, zond hij haar ijlings vierduizend mandarijnen in ceremonieel gewaad tegemoet; allemaal wierpen zij zich voor haar ter aarde en ze boden haar elk een welkomstwoord aan, geschreven in gouden letters op een stukje purperkleurige zijde. Formosante zei tegen hen dat, als ze vierduizend tongen zou hebben, zij niet zou nalaten elke mandarijn ter plekke persoonlijk toe te spreken, maar aangezien zij er maar één had, verzocht zij hun ermee te mogen volstaan deze ene tong te gebruiken om hen allemaal tegelijk te bedanken. Zij brachten haar vol eerbied naar de keizer.
Hij was de rechtvaardigste, de beschaafdste en de wijste man op aarde. Hij was ook de eerste vorst die met zijn keizerlijke handen zelf een kleine akker bewerkte, om te maken dat zijn volk het werk op het land niet beneden zijn waarde zou achten. Hij was de eerste die een prijs uitloofde voor deugd. Overal elders beperkten de wetten zich ertoe om misdaden te bestraffen, en dat is eigenlijk een schande. Deze keizer had pas nog een bende buitenlandse bonzen het land uitgezet, die uit het verre Westen waren gekomen met de waanzinnige verwachting dat zij heel China konden dwingen om net zo te denken als zij, en die onder het voorwendsel dat zij de waarheid kwamen verkondigen, al rijkdom en eer hadden vergaard. Toen hij hen verjoeg, had hij letterlijk deze woorden tot hen gesproken, die staan opgetekend in de annalen van het rijk:

U zou hier evenveel kwaad kunnen doen als u elders hebt gedaan: u bent bij het verdraagzaamste volk op aarde gekomen om een onverdraagzame leer te prediken. Ik stuur u terug naar uw land om nooit gedwongen te worden u te straffen. U zult fatsoenlijk begeleid worden tot aan de grenzen van mijn rijk; u krijgt alles wat u nodig hebt om terug te keren naar de grenzen van het halfrond waar u vandaan komt. Ga in vrede, als er bij u tenminste vrede mogelijk is, en kom niet meer terug.

Misschien denken enkele Nederlandse politici deze tekst andersom te kunnen gebruiken dan wat Voltaire er mee bedoeld heeft…

Voltaire, Filosofische vertellingen.
Vertaald uit het Frans door Hannie Vermeer-Pardoen
Van Gennep, 2003 – ISBN 90-5515-351-6

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s