Mijn carrière [5] — NatLab RU Groningen [3]

Vervolg van Mijn carrière [4]

Ik werkte op het NatLab aan de Westersingel van 1960 tot 1966. In die tijd leefde professor Zernike nog (zie ook de externe links). Ik herinner me dat ik hem één keer gezien heb. De instrumentmaker, die de apparatuur gemaakt had waarmee Zernike de Nobelprijs gewonnen had, werd in het zonnetje gezet. Oosterwijk heette hij, dat vond ik terug in het artikel van Prof. Dr. H.Brinkman, de hoogleraar-directeur van het instituut in mijn tijd. Ik weet niet meer of Oosterwijk (je noemde elkaar toen niet bij de voornaam!) met pensioen ging, een jubileum had, of een koninklijke onderscheiding kreeg, of een combinatie daarvan. Zernike was niet goed meer ter been.

We waren ongeveer de extreme uiteinden van de hiërarchie, maar aan professor Brinkman heb ik prettige herinneringen. Soms had hij een vergadering in zijn kamer en zat zonder sigaretten. Dan belde hij een secretaresse, die mij dan oppiepte. Ik naar de tabaksboer om de hoek, en naar de kamer van de prof. Zo onopvallend mogelijk binnensluipen, pakje neerleggen en weer weg. Maar niks hoor, hij onderbrak dan de vergadering en bood mij de eerste sigaret aan (ja, ik rookte toen nog). Op de dienstfiets naar de broodjeswinkel, als hij geen tijd had. En hoe hij, buiten in de regen en op het punt om naar huis te gaan, de tijd nam om me de mechanica uit te leggen, waarom de dynamo van de dienstfiets slipte.

Over Oosterwijk deed een heroïsch verhaal de ronde. In mijn tijd had hij de leiding over de instrumentmakerij. Er was ook een technische werkplaats, met als chef, als ik me zijn naam goed herinner, Wegenaar.
De twee waren geen vrienden. Oosterwijk was klein van stuk. Het karakteristieke beeld dat ik van hem bij me heb, is dat hij met een stuk messing in de losse hand staat te vijlen, terwijl hij me over zijn bril heen aankijkt en antwoord geeft op een vraag. Vervolgens geeft hij, zo op het blote oog, een van zijn mensen een aanwijzing, dat de maat van het werkstuk waar die mee bezig is, een halve millimeter afwijkt (over een breedte van 10 centimeter!). Het blijkt exact te kloppen.
Wegenaar was lang, zag er niet uit als iemand om mee te spotten. Toch werd verteld dat er eens een conflict was geweest, waarbij de kemphanen een draaibank tussen zich in hadden staan. Oosterwijk schijnt toen Wegenaar bij de stropdas gepakt te hebben en hem over de draaibank heen te hebben getrokken.
Mijn interpretatie is altijd geweest, dat de leiding van het instituut daarna de afdelingen gesplitst heeft, om beide mensen te kunnen behouden.

Een van mijn taken was, om per dienstfiets glaswerk voor experimenten op te halen van het Scheikundig laboratorium. Bij ons was er geen glasblazer, op Scheikunde (Bloemsingel) een hele afdeling vol. De eerste keer moest ik meteen een ingewikkeld buizenstelsel met spiralen, kolfjes en kranen meenemen. Ik vroeg de glasblazer om verpakkingsmateriaal. "Dat moet je niet inpakken, maar gewoon in je hand houden, anders gaat het stuk!", was de reactie. "Maar ik ben op de fiets!" "Ja, daarom juist. Zo kun je het goed aanvoelen en iedereen kan zien dat je dit glaswerk bij je hebt. Dan passen ze wel op."
Ik heb nog heel veel glaswerk vervoerd en nooit iets gebroken.
Ook heb ik vaak tussen beide instituten heen en weer gefietst met een "kleine" gascilinder op mijn schouder. Dat moest dan "snel even", omdat bij de ander dat gas op was. Stikstof, zuurstof, waterstof, roep maar.

Op Natuurkunde hadden we ook een "Machinekamer". Dat was een ruimte in de kelderverdieping, met allemaal schakelkasten langs de wanden en een controletafel ergens midden in die zaal.
Ik had nog geen definitieve keuze gemaakt voor mijn verdere richting. Omdat ik elektro had gedaan, kreeg ik de kans om één dag per week ingewijd te worden in de geheimen van de Machinekamer. Alle elektrische toevoerleidingen naar alle experimenteerkamers in het hele gebouw werden bediend vanuit de Machinekamer. In de experimenteerkamers zaten schakelkasten, waarop van alles aangesloten kon worden. In de Machinekamer werd dan geregeld dat de elektrische eigenschappen die nodig waren in die kamer, correct ingesteld en aangeboden werden.
Ik heb een aantal keren helemaal alleen een dag de Machinekamer bediend, maar toch een andere richting gekozen.

Een uitvloeisel van het werk voor de machinekamer, was het regelmatig verwisselen van TL-buizen in het hele gebouw.
Een verschil dat ik me nog levendig herinner, was op de afdeling Theoretische Natuurkunde. In de ene kamer klopte ik aan en vroeg of ik de lampen even mocht verwisselen. Die prof zat in z’n eentje wat te lezen, maar zei dat het nu niet kon.
In de kamer ernaast zat een andere prof met een paar medewerkers in een overleg. Maar ik was welkom, en ze hielpen me, door de oude buizen aan te pakken en de nieuwe aan te geven.
Die eerste prof was ook degene die een nieuwe, ongelooflijk dure, massiefhouten tafel liet vervangen omdat de houtnerf niet voldoende overeenkwam met de kast die er al stond. Het was wel dezelfde houtsoort en dezelfde kleur…
Ja, ook het interne meubeltransport was mijn kluif.

Maar dan het vervangen van TL-buizen in de zaal van de kleine Van de Graaff-generator. Ik weet niet precies hoe hoog die zaal was (10 meter?), maar ik vond het wel akelig om bovenop die hoge, rijdende en wiebelende stelling te klimmen en daar dan, ook nog boven je macht, te moeten werken.
De "toren" van de grote Van de Graaff-generator was, zoals ik het mij herinner, ongeveer 33 meter hoog en even ver boven de grond als de meetput van de C-14 afdeling (ouderdomsbepaling) diep onder de grond zat. Ook daar ben ik in geweest, maar daar zaten geen TL-buizen. Om de paar meter zat daar een rooster in, en die roosters gingen om-en-om open en dicht. Ik had daar de associatie met een patat-snijmachine, als je zou vallen.

Wordt vervolgd

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

5 reacties op Mijn carrière [5] — NatLab RU Groningen [3]

  1. tagrijn zegt:

    Heel erg leuk om te lezen. Heb op de middelbare school ook altijd over de ouderdomsbepaling via C14 geleerd, maar wist nooit hoe dat ging. Nu trouwens nog niet.Ik zie nu wel dat dat diep ondergronds moest.
    Het verhaal deed me ook denken aan mijn grootvader. M’n moeder vertelde over hem dat hij op een afstand kon zien dat een plank die een meter moest zijn een cm te kort of te lang was afgezaagd. Hij noemde dat ‘mijn timmermansoog’

  2. Belinda zegt:

    Geweldig dit soort oude herinneringen. Leuk om te lezen!

  3. Heerlijk dit soort terugblikken.

  4. Dwarsbongel zegt:

    @Tagrijn: Die meetput had als doel om de meting nauwkeuriger te maken, door natuurlijke straling uit de omgeving zoveel mogelijk uit te sluiten.
    @Belinda en LG: Het lijken wel memoires, he?

  5. FeeX zegt:

    Oei.. wiskunde/natuurkunde en scheikunde waren voor mij een ramp!
    Des te meer respect voor degene die er wél iets mee konden..
    Zo te horen heb je er wel prettig gewerkt! (behalve dan het vervangen van de tl buizen dus..)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s