Zoeklicht in ’t Woud

Vervolg van de zoektocht naar de voetsporen van mijn vader.

Vrijdag 6 november is het zover. We rijden vandaag 2 x 210 km in de hoop op een bijzondere ontmoeting. Misschien iemand die mijn vader in levende lijve heeft ontmoet als dienstplichtig militair bij het uitbreken van “de oorlog”. Niet als een veel te vroeg overleden man met alleen maar voorbeeldige eigenschappen.
Uiteraard reden we in het laatste stuk nog een keer fout, zoals gewoonlijk.

Het laatste weggetje vonden we door toeval en herkenning van satelietbeelden.
Tenslotte strandden we op dat smalle weggetje achter een gigantische vrachtwagen plus aanhanger met stropakken. Zojuist gearriveerd en die moest helemaal gelost worden.
Terwijl we ons afvroegen of we zouden moeten wachten tot we verder konden, keek ik eens goed om me heen. Parblue, die molen, diep in het land, herken ik van de website! We hebben dus klaarblijkelijk de groene brievenbus gemist.
Moeten we dat hele eind achteruitrijdend terug? Valt mee, eerst achteruit tussen een sloot en een hek en smalle bermpjes, dan keren op een iets breder stuk.
Ja, daar stond de brievenbus die ik direct langs de weg verwacht had. Parkeren, hek opengemaakt en het pad naar de molen ingeslagen.
Ik verwachtte dat we eerst een gesprek zouden hebben in de molen met onze twee contactpersonen, maar die kwamen ons al tegemoet.

Jelle Visser had gereageerd op mijn weblog. Hij had informatie over een man op leeftijd, die nog zoeklichten had meegemaakt “bij de boerderij van zijn ouders” tijdens de Tweede Wereldoorlog. Eric Zwijnenberg is de Wimmenummermolenaar en kent mensen in de omgeving, hij regelde het contact.
Jelle is bezig met de geschiedenis van het voormalige vliegpark (zo noemde men het) Bergen, en ook Eric is zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van de omgeving.

Uit de bewaard gebleven correspondentie van mijn vader, die ik in de loop der tijd uit diverse bronnen heb gekregen, leid ik af dat hij in 1936 en 1937 als dienstplichtig soldaat een opleiding heeft gehad bij de Genietroepen. In september 1939 is er weer correspondentie, die doet veronderstellen dat hij gemobiliseerd is in depot in Rotterdam.
Uit december 1939 t/m mei 1940 heb ik een aantal poststukken die zijn locatie bepalen als Egmond aan den Hoef en met name Stoomwasscherij ’t Woud.
Uit die periode moeten ook een aantal kleine foto’tjes stammen, die mijn vader tonen bij een barak, een vrachtwagen en bij een zoeklicht. Die foto’s dragen het stempel van een fotograaf in Alkmaar. De omschrijving van zijn legeronderdeel is in die tijd:
3e Reg. Genie,  2 – XI Z.L.A. T.L.
ofwel de 2e sectie van de 11e Zoeklicht Afdeling Tegen Luchtdoelen.


Links op de linkerfoto mijn vader. Herkomst rechterfoto onbekend.

Eric en Jelle komen ons halverwege het pad naar de molen tegemoet. We gaan rechtstreeks naar de boerderij waar Joop Zonneveld woont. Joop en zijn dochter Grada hebben daar nu de camping Zonnehoeve.

Marijke begint met te vragen of ze de gesprekken mag opnemen op video. Grada: “Doe maar Pa, je wilt toch altijd graag eens op televisie?” Gelukkig krijgen we toestemming, want achteraf blijk ik helemaal vergeten te zijn om foto’s te maken. Die halen we nu maar uit de video.

Joop is 84. Dan is hij van 1925. Hij is dus 9 jaar jonger dan mijn vader geweest zou zijn: die is van 1916. Bij het begin van WO2 in 1940 was mijn vader bijna 24 en Joop moet dan 15 zijn geweest.

Al snel stuiten we op een misverstand. Joop heeft een zoeklicht meegemaakt bij de boerderij van zijn ouders. Ik begin met hem een uitvergrootte foto van mijn vader bij het zoeklicht te laten zien.
Hij vraagt belangstellend wie van de twee mannen mijn vader is. Ik vertel dat deze foto afgedrukt is bij een fotograaf in Alkmaar, en dat uit de correspondentie blijkt dat mijn vader in Egmond aan den Hoef gelegerd was.
Joop herkent niets aan de foto. Ik vertel dat het gaat om het begin van de Tweede Wereldoorlog, mei 1940. Dan blijkt dat Joop het zoeklicht gezien heeft in 1943. Een Duits zoeklicht dus, want de bezetter heeft het vliegpark overgenomen. Toch wel even slikken.

Maar dat wil niet zeggen dat daarmee het verhaal ten einde is. Allerlei wetenswaardigheden over de omgeving uit die tijd komen aan de orde. Joop bekijkt geïnteresseerd meer foto’s. Jelle neemt op kaarten ingetekende situaties door met Joop. Eric’s studie van de geschiedenis van de omgeving levert veel gespreksstof, doordat hij de juiste vragen weet te stellen.
Joop en Grada constateren dat veel mensen die iets over de omgeving in die tijd hadden kunnen vertellen, inmiddels overleden zijn.

Ik vertel dat ik uit bewaard gebleven brieven en kaarten van en aan mijn vader heb geleerd, dat een broer van mijn vader in die tijd ook in die omgeving gelegerd was. In Bergen aan Zee. Op Joop’s suggestie of die oom dan niet meer weet, moet ik melden dat ook die overleden is: die correspondentie kreeg ik pas uit zijn nalatenschap.
Het gesprek komt op het “waarom” er vroeger eigenlijk nooit over “de oorlog” gepraat werd. Teveel pijn? De mentaliteit van wegstoppen en handen uit de mouwen?

Grada stelt voor een ver familielid, die in de omgeving woont, te vragen wat die nog weet. Ze haalt hem op. Het duurt niet lang of Jan Zonneveld zit op de praatstoel. Hij heeft samen met zijn zoon een veehouderij en camping De Markiess
Jan is 76, was in 1940 dus 7. Dat is oud genoeg om concrete herinneringen te hebben. Hij vertelt over de zoeklichtbundels in het donker en vliegtuigen waar op geschoten wordt.

Waar het zoeklicht van mijn vader gestaan zou hebben, kan hij niet precies vertellen. Hij weet wel, dat op bepaalde plekken in de omgeving militaire opstellingen waren en dat ze daar niet meer mochten komen. Joop en Jan zijn het er wel over eens dat er militaire activiteit is geweest in “het zandgat”, waar men zand haalde voor het boerenbedrijf. Zoekend op [ zandgat wimmenum ] vind ik een site over een voormalig kampeerterrein, maar verder kom ik daarmee niet.

Het gesprek levert, tussen alle fraaie anekdotes door, toch meer inzicht op. Joop denkt, dat de foto niet van die wasserij kan zijn, omdat dat laagbouw was. Jan betwist de foto niet, maar heeft het over barakken waarin de wasserij zat. Hij geeft daarbij een uitleg over de
zuivering van het afvalwater.
Historisch Egmond herkende op de foto echter wel degelijk het gebouw waar Stoomwasscherij ’t Woud gevestigd was. Ergens heb ik intussen ook gelezen, dat het gebouw van ’t Woud ook vakantiekoloniehuis is geweest (evenals het naastgelegen, nog bestaande landgoed Schuylenburg), en dat daar barakken bij waren. Jammer genoeg heb ik niet paraat waar ik dat gezien heb. Joop zal dus ook gelijk hebben, want het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat het “industriële proces” van de wasserij in die barakken plaatsvond, en dat klopt ook met het afvalwaterverhaal van Jan.

Joop en Jan kennen ook het verhaal dat Historisch Egmond me heeft gemaild, over de twee zoons van de wasserij-eigenaar. Die fietsten altijd een eind achter elkaar aan naar school, alsof ze altijd ruzie hadden. Op een dag kwam er, heel laag, een Duits vliegtuig aanvliegen met pech. Het raakte een van de jongens dodelijk en sloeg daarna tegen de grond. De piloot kwam met de schrik vrij en rende terug naar de weg, roepend: “Das Kind! Das Kind!”

We komen ook tot de conclusie, dat een dergelijke simpele adressering (een ansichtkaart aan mijn vader van mijn moeder) destijds niet ongebruikelijk was. Moet je nu eens om komen…

Dan vraag ik hoe het zit met die twee benamingen, die ik nu steeds tegenkom: ’t Woud en Wimmenum. Ze lijken doorelkaarheen gebruikt te worden. Eric legt uit dat je vroeger Noord- en Zuid-Wimmenum had. De naam ’t Woud werd en wordt vooral gebruikt voor het noordelijke deel, dat tot de Gemeente Bergen behoort. Het zuidelijke is Gemeente Egmond, maar vanouds wordt ook daar de naam ’t Woud gebezigd.

Jelle heeft een paar kopiën voor me gemaakt. Daarbij is een kaartje van de zoeklichtopstellingen. Het kaartje komt uit het boek: “Vliegveld Bergen NH 1938-1945” van J.H. Schuurman.
Zo leer ik, dat er twee driehoeken gevormd werden, sectie 1 ten oosten en sectie 2 ten westen van vliegpark Bergen.

Zoals hierboven te lezen, zat mijn vader bij sectie 2. Aangezien hij zich in de buurt van Stoomwasscherij ’t Woud moet hebben bevonden, moet dat punt 3 zijn op het kaartje.

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 wordt vliegpark Bergen overrompeld door Duitse bommenwerpers. Het vliegveld en veel daar gestationeerde vliegtuigen worden zwaar beschadigd.
Het boek van Schuurman bevat een citaat uit het dagboek van mevrouw Bak-Broek uit Broek op Langedijk. Ze schrijft over de Duitse aanvallen: ’10 Mei. ’s Morgens om drie uur horen we motorgeronk en zijn de zoeklichten van Bergen druk in de weer, wij dachten een nachtelijke oefening, maar na een uur hoorden wij schieten en kanongebulder. Wij gingen naar buiten en zagen aan de westkant staande, Bergen het vliegveld in een dikke rook staan, terwijl vliegtuigen af en aanvielen en bommen neerwierpen. Toen wij er stonden kwamen er wel 20 vliegtuigen aan, allemaal de lichten op en vlogen allemaal op Bergen af.’
Ik noteer de gegevens van het boek, dat verkrijgbaar zou moeten zijn in Bergen.

Hoe mijn vader na die tiende mei probeert middels (bijna) dagelijkse briefkaarten zijn thuisfront te laten weten dat het met hem goed gaat, schreef ik al eerder.
Het gezin Wijker in Egmond aan Zee dat aan mijn grootouders schrijft, dat zowel mijn vader als mijn oom “in goede welstand verkeren”, roept geen directe aanwijzing op bij Joop, Jan of Grada, ondanks het toenmalige exacte adres. Er zijn teveel Wijkers in en rond Egmond.

In het boek staat dat sectie 2 van de XIe Zoeklichtafdeling een belangrijke rol heeft gespeeld bij de melding van de Duitse vliegtuigen. Mag ik dan een beetje trots zijn op mijn vader, al is het dan wat laat?

Al met al hebben we geen spijt van deze ontmoeting. Aardige mensen, interessante verhalen en nieuwe ontdekkingen in mijn zoektocht. Nieuwe aanknopingspunten in de verkregen informatie.
We nemen afscheid. Eric rijdt nog even met ons mee naar de omgeving waar zoeklicht 3 van sectie 2 ongeveer moet hebben gestaan. Het is geen goede plaats om te parkeren, en we zijn moe. Ik wil ook nog proberen op tijd in Bergen te zijn om te proberen Schuurman’s boek te bemachtigen.
Dat lukt inderdaad bij de Eerste Bergensche Boekhandel: ze hebben er gewoonlijk 1 exemplaar op voorraad. Nu ook.

We zijn zó dichtbij, dat we even in Schagen aanwippen in de winkel van Marijke’s dochter Babs en haar vriendin Cindy. We krijgen John en de kinderen ook nog even te zien, die komen even langs. Dan beginnen we in de al gevorderde schemering aan de terugweg.

Weer thuis ben ik regelmatig in Schuurmans boek aan het lezen. Dat nodigt weer uit tot zoeken op internet. En dan kom ik iets tegen, dat me triggert: ik moet nog meer correspondentie in huis hebben, die ik vergeten ben, en die ik waarschijnlijk te goed heb opgeborgen.
Dat moet ik eerst terugvinden en inventariseren voordat ik weer verder kan met de puzzel die deze zoektocht is…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Zoektocht naar voetsporen van mijn vader. Bookmark de permalink .

7 reacties op Zoeklicht in ’t Woud

  1. Erwin Troost zegt:

    Dit is gewoon spannend…

  2. Behalve spannend ook heel erg interessant ik hoop dat je steeds verder komt met je zoektocht.

  3. Pasula zegt:

    Wat een mooie ontmoeting, maar wel eentje die heel vermoeiend is. Je wil natuurlijk zoveel mogelijk te weten komen. Ik wens je veel succes met je verdere zoektocht, eens heb je het antwoord op al je vragen..

  4. tagrijn zegt:

    Jw bent weliswaar met een behoorlijk tijdrovend verhaal bezig, maar je bent vasthoudend genoeg om misschien nog wel meer boven water te krijgen.

  5. Yolande zegt:

    Ik heb veel respect voor je. Het is ontroerend zoals jij aan het zoeken bent naar sporen van je vader.
    Gelukkig levert het af en toe wat op.

  6. Dwarsbongel zegt:

    @Yolande: Het is best raar: ik ben aan de hand van correspondentie van mijn vader, die ik langzamerhand uit verschillende bronnen in handen gekregen heb, maar waarvan ik een deel al heel lang in mijn bezit heb, begonnen.
    Ik had een belangrijk deel in huis, maar heb er altijd een gevoel bij gehad: dit moet ik koesteren, want het is de enige fysieke lijn tussen mij en mijn vader. Toch ben ik er nooit aan toe gekomen om er inhoudelijk mee aan de slag te gaan, toen ik in mijn familie nog vragen had kunnen stellen. Nu mijn hele voorgaande generatie is uitgestorven heb ik ineens de behoefte om de kriebelige teksten op de volgeschreven kleine ruimte op ansichtkaarten te ontcijferen. En ik verbaas me er over hoe goed mij dat lukt, terwijl ik tot nu toe steeds gedacht heb dat ik dat handschrift nooit zou kunnen ontcijferen. En dan blijk ik ineens onvermoede bronnen te hebben aangeboord…

  7. Ja, ik vind het ook ontroerend die speurtocht naar je vader. Ik begrijp het wel, maar vind het toch aangrijpend. Ik hoop zo dat je verder komt met alle onderzoekingsreizen.

    En…wat heeft zo’n oorlog toch een impact, hè? Na al die jaren.

    Lieve groeten, ook aan Marijke en het beste gewenst!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s