IJsvrij winter 1960/1961

Terwijl mijn raam uitzicht geeft op een witte wereld, lees ik dat het 50 jaar geleden is dat de vijfdaagse werkweek, oftewel de vrije zaterdag is ingevoerd.
Dat brengt me tot peinzen over het begin van mijn loopbaan. Toen was er inderdaad nog geen vrije zaterdag. Een beetje rekenen met behulp van het gezegende fenomeen spreadsheet leert me, dat tussen mijn indiensttreding bij het Natuurkundig Laboratorium van de Rijksuniversiteit Groningen als Leerling-bediende (loopjongen), en de invoering van de vijfdaagse werkweek, 13 zaterdagen zijn gepasseerd. Dat is één kwartaal. Ik had het gevoel dat het veel langer was. We werkten overigens alleen de zaterdagmorgens tot 13:00 uur.

De combinatie van dat jubileum en de huidige weersomstandigheden riep een bijzondere herinnering wakker. De directeur van ons instituut mocht, binnen de regels, ijsvrij verlenen: een universiteit is immers ook een onderwijsinstelling?
Er lag ijs. Natuurijs, dat op de meeste ijsbanen sterk genoeg was. Kanalen waren onbetrouwbaar. En er was dooi voorspeld.
De hoogleraar-directeur deelde mee, dat wie dat wou, de volgende dag ijsvrij mocht nemen. Met een serieus gezicht proclameerde hij de voorwaarde, dat je dan ook moest gaan schaatsen.

Ik besloot dat ik "dus" zou gaan schaatsen, en mezelf daarmee een vervroegd weekend inloodsen. Ik haalde mijn spullen uit mijn kosthuis, om af te reizen naar het ouderlijk huis. Die rit, op fiets heen en terug, was voor mij nog redelijk te doen: het begon te ijzelen.
De chauffeur van de bus naar Assen besloot niet te rijden. Oke, van Groningen naar Assen rijdt ook een trein. In Assen was het inmiddels ook begonnen te ijzelen. Ik moest daar de bus naar Zweeloo hebben, lijn 22. Er was twijfel of de bus wel zou rijden. Uiteindelijk was er een chauffeur, die graag naar huis wou en zou proberen of het lukte. Er waren toch nog enkele passagiers die ook mee wilden, het avontuur tegemoet.

Het bleek onderweg erg glad geworden op de weg, en dat is bepaald niet overdreven geformuleerd. De snelheid zakte naar minder dan stapvoets, maar we zaten nog steeds warm in de bus. Er was een stuk klinkerweg dat enigszins bol was, en de bus gleed onherroepelijk naar de zijkant van de weg. Langs de kant waren plaggen weggestoken uit de berm, als vorm van onderhoud. De bus glibberde langs die afgestoken rand, maar in de berm stonden ook bomen. Een paar keer moesten wij als passagiers, proberen de bus verder de weg op te duwen, teneinde beschadiging te voorkomen. Er waren een paar sterke kerels bij, en zo lukte ook dat.

In Beilen vond de chauffeur het welletjes. Hij vond verderrijden absoluut onverantwoord. Daar stond ik, om elf uur 's avonds, zo'n 20 kilometer vanaf mijn reisdoel. Ach, ik had nog met de trein terug gekund naar Groningen, maar welke toestand zou ik daar aantreffen? Vanaf het station was het toch ook nog een flink eind naar mijn kamer.

Het woord "mietje" was niet zo in zwang als nu, maar ik wou me niet laten kennen: ik besloot te gaan lopen, vastbesloten als ik was om de volgende dag op de ijsbaan van ons dorp te schaatsen, en zo het spel van de prof te winnen.
Op straat in Beilen was een aantal mensen aan het schaatsen bij het licht van de straatlantaarns. In de berm was het wel wat zwaarder lopen, maar ik hield mijn benen tenminste onder me. Mijn weekendtas hing ik aan de ceintuur van mijn jas om mijn handen vrij te hebben en niet voortdurend het gewicht aan mijn armen.

Het was koud, maar niet bitter koud, er was weinig wind, en het ijzelen was opgehouden, op een paar spettertjes na.
De nacht was gelukkig niet pikdonker buiten de dorpen. Ik kon redelijk mijn weg vinden en obstakels vermijden. Mijn kleding was berekend op dit weer, en door in beweging te blijven bleef ik warm genoeg. Alleen een beetje koude voeten. Ik kende de weg, al had ik die nog nooit gelopen, en zeker niet onder deze omstandigheden. Het voelde heerlijk avontuurlijk, al had ik best nog iets willen eten en iets warms drinken. Ik had niets bij me.

Het was omstreeks vier uur 's morgens, toen ik het ouderlijk huis bereikte. Hoe nu verder? Ik had geen sleutel; het zou een vermogen gekost hebben om alle (ook voormalige en deeltijd-) gezinsleden een sleutel te geven. Bovendien kwam ik onaangekondigd.
Na een avond uitgaan was de deur gewoonlijk nog niet op slot, en sliep mijn moeder pas als ze de laatste had horen thuiskomen. Maar het was ook niet de tegenwoordige tijd: nu gaat de jeugd pas echt uit op een tijdstip dat wij in onze tijd alweer thuis kwamen.

Ook toen hadden we al een trucendoos. Steentjes tegen het slaapkamerraam van de broers en zussen. Dat vereiste wel enige vaardigheid: die ramen waren boven en de steentjes mochten niet te groot zijn. Onze ouders sliepen beneden, en zeker mijn stiefvader wenste ik niet wakker te maken.

De trucendoos werkte niet. Ik hoorde vele malen steentje hun doel bereiken, maar er kwam geen enkele reactie. Ik kreeg het op deze manier ook niet warmer, en besloot tot de laatste truc: het WC-raampje.
Om daar door te kunnen, moest wel mijn jas uit. Een opstapje georganiseerd om rustig het raampje te kunnen verwijderen en er dan zelf door te kruipen. Ik hing halverwege naar binnen en tastte naar een landingsplaats. Hé, hier moet toch ongeveer de plank zijn waar je op moet zitten? (Het was nog een tonnetjes-systeem). Oeps, voorzichtig, de deksel ligt niet op de opening…
Het lukte me om ongedeerd binnenshuis op mijn voeten terecht te komen.

Op het moment dat ik de WC-deur opende om mijn tas en jas naar binnen te halen via de deur, ging het licht in het achterhuis aan. Mijn moeder stond me verbouwereerd aan te kijken, met nog een zweem van inbrekersalarm in haar ogen: "Hoe kom jij hier nou?"
Ze heeft nog een lekkere dubbele boterham voor me gemaakt en een beker warme melk.

Ik ben de volgende morgen (niet heel vroeg) naar de ijsbaan gegaan en heb geschaatst. In een laagje water, maar ik heb geschaatst tijdens dat ijsvrij!

Maar was dat ijsvrij nou op een zaterdagmorgen? Het was in elk geval een vervroegd weekend.
Dat het werkelijk gebeurd is, daar sta ik voor in, maar de juiste tijdsbepaling…? In de gegevens van het KNMI over deze periode kon ik niet zomaar een vorstperiode terugvinden, waaraan ik deze omstandigheden vast kan plakken. De vrije zaterdag werd ingesteld op 23 december 1960. Of kwam voor ambtenaren de vrije zaterdag later?
Half september 1960 begon mijn baan in Groningen en in mei 1961 waren mijn moeder en stiefvader verhuisd. Dit verhaal moet dus in de winter 1960/1961 gespeeld hebben.
Cognitief psycholoog Joost heeft me al eens uitgelegd, dat herinneringen niet chronologisch worden opgeslagen, maar naar emotionele impact.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

5 reacties op IJsvrij winter 1960/1961

  1. Gelkinghe zegt:

    Misschien kan je de juiste datum vinden in de Leeuwarder Courant, via de optie bladeren:
    http://www.archiefleeuwardercourant.nl/index.do

  2. Gert Eldering zegt:

    De Leidse universiteit stapte per 1 juli 1961 over naar de vijfdaagse werkweek. Maar het was wel een sigaar uit eigen doos: de werkdag werd met drie kwartier verlengd…

  3. Rob Alberts zegt:

    Met heel veel plezier heb ik dit gelezen.
    Schaatsen heb ik nooit geleerd.
    Rondom Son was er toen te weinig water en in deze jaren ook te weinig vorst.
    Ik meen wel iets te herinneren over een zaterdagse halve schooldag.
    Maar niet alleen de chronologie, maar ook de correctheid van mijn geheugen is discutabel.
    Vriendelijke nieuwjaarsgroet uit Amsterdam-ZuidOost

  4. Nou, dat was wel een barre tocht. Wel heel flink dat je dat gedaan hebt. Tjonge, tjonge….ik krijg het er zelf koud van.

  5. Dwarsbongel zegt:

    @Gelkinghe: Ik ben flink aan het zoeken geweest, maar niet gevonden wat ik zocht. Ik krijg de indruk dat “Het Nijsblad” er pas vanaf 1968 in het archief zit, terwijl ik 1960/1961 moet hebben, en de RUG zit “in Stad” en niet in Ljouwerd…
    @Gert: Als er een algemene maatregel is geweest voor universiteiten, of voor rijkspersoneel, zal diezelfde datum ook voor de RUG gegolden hebben, en valt dus de hele winter 1960/1961 binnen de reikwijdte van mijn verhaal. ‘k Zal nog even vergelijken met het KNMI.
    @Rob: Nu je het zegt, ik geloof dat ik ook nog voor een halve zaterdag de 17 km (enkele reis) naar school (LTS) moest fietsen…
    @Thérèse: Het was tocht met hindernissen, maar ik herinner het me vooral als een glorieuze overwinning, dat ik het gehaald heb…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s