30 augustus: gebak?

Vandaag zou mijn collega Jan, waarmee ik 24 jaar ben opgetrokken, 63 zijn geworden. Een dag voor lekker gebak dus, want daarin was Jan niet krenterig.
Eerst werd hij mijn chef. Toen ik op een andere afdeling weggereorganisseerd werd, haalde hij mij binnen op zijn afdeling. Later werd hijzelf chef-af. Andere collega’s konden zijn bloed wel drinken, maar ik kon nog steeds goed met hem door één deur. Ondanks dat ik hem een keer voor het front van de groep keihard op zijn nummer heb gezet.

Jan was altijd aan het vergaderen. Netwerken noemen we dat tegenwoordig.
We hadden een afdelingsoverleg. Drie dagen daarvoor had een collega getrakteerd op gebak omdat hij (eindelijk) verloofd was. Jan’s gebak werd op zijn bureau gezet, omdat hij er niet was toen de koffie werd rondgebracht.
Dat gebak stond er en bleef staan. Totdat kort na het begin van de middagpauze bijna iedereen naar de kantine was. Jan kwam binnen, zag het gebak en werkte het met smaak naar binnen. Hij vroeg niet aan de collega’s die op de afdeling waren gebleven waaraan hij dat gebak te danken had en feliciteerde dus ook niemand.
Daar werd dus broeierig over gekletst. En dat bleef doorgaan, dagenlang. Maar niemand sprak Jan er op aan.

Toen we in het afdelingsoverleg bij de rondvraag waren aangekomen, was ik het laatst aan de beurt. Niemand had over het gebak zonder felicitatie gerept. Ik heb hem toen gevraagd of hij onze collega al had gefeliciteerd, die getracteerd had. Zijn hoofd begon toen al te zakken. Na zijn ontkenning deed ik er een schepje bovenop, door te zeggen dat ik dat dan knap onfatsoenlijk vond.
Hij heeft meteen een afspraak gemaakt met die collega om het uit te praten. Dat de andere collega’s een "is die even op zijn nummer gezet"-houding aannamen streelde natuurlijk wel mijn ego, maar ik vond het belangrijkste dat die dooretterende frustratie, zonder dat iemand er iets aan deed, aan de oppervlakte was gebracht.

Het leek wel of Jan en ik daarna nog beter met elkaar konden opschieten. Later werden we met z’n tweeën een afdelinkje als gelijkwaardige collega’s met elk z’n eigen sterke en zwakke punten. Dat bepaalde de taakverdeling.

In 1990 werd de nieuwbouw van onze vestiging met veel tam-tam geopend. Jan had daar ook iets voor bedacht. Hij was, na een lichte hartaanval, aan het fietsen geslagen. Op de racefiets wel te verstaan. Hij bedacht en organiseerde een fietstocht langs alle Nederlandse vestigingen van ons bedrijf. Vijfhonderd kilometer in twee dagen. En hij vroeg mij als eerste of ik zin had om mee te doen, omdat hij wist dat ik ook veel fietste. Ik kocht toen mijn eerste echte racefiets en werd lid van de fietsclub van Jan.

In 1999 zou Jan op een zaterdag in juni de "wegcaptain" zijn van het jaarlijkse "Rondje IJsselmeer" van de fietsclub. Ik zou niet meegaan, ik was ziek. Jan leek topfit en had er echt zin in.
De dinsdag vóór die zaterdag werd ik gebeld. Voorzichtig werd mij verteld dat Jan waarschijnlijk maandagavond nog getraind had en ’s nachts in zijn slaap was overleden.
Is het gek dat ik daar vandaag aan moest denken toen ik me ineens zo nadrukkelijk bewust werd van deze datum?
Geen gebak vandaag…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s