Familie

Gisteren was de begrafenis van Selma. Het was, denk ik, de heetste dag van het jaar tot nu toe. Er waren mensen bij de begrafenis aanwezig die het daardoor alleen al fysiek erg zwaar gehad hebben.
Het is toch al aangrijpend genoeg om een temperamentvolle, nog steeds jonge vrouw van vijf-en-vijftig te begraven. Moeder van drie jongens, en pas oma geworden. Ja, toch nog oma geworden, ze heeft het nog meegemaakt. Vorig jaar om deze tijd was het de vraag of ze de kerst zou halen. Ruimschoots dus. Maar nu kon ze de pijn niet langer verdragen.

In het Dorpshuis, waar de afscheidsceremonie plaatsvond, was het warm, erg warm. En er waren heel veel mensen. Er waren toespraken. Een gedicht, voorgedragen door Selma’s zus. Muziek waar Selma van hield. Ze had veel zelf voorbereid.

Formeel was Selma geen familie meer van me. Ze was getrouwd met A., een broer van I., mijn ex. Met I. ben ik dertig jaar getrouwd geweest, tot 12 jaar geleden.
We hadden meerdere crises gehad, we hadden begeleidingstrajecten doorlopen. Daar waren we nauwelijks iets mee opgeschoten, en ik was in feite vastgelopen. Totdat ik door mijn werkgever naar een wel effectieve training werd gestuurd.
We hebben geprobeerd er samen uit te komen, maar ik heb uiteindelijk besloten dat ik niet daar zou komen waar ik naartoe wou.

Ik heb voor mezelf helder kunnen maken, dat I. op haar manier ook haar best gedaan heeft, net als ik, maar dat we qua karakters niet bij elkaar pasten. We hebben, bij de scheiding, allebei onze gekwetste ego’s onder controle kunnen houden. Dat zou veel moeilijker, zo niet onmogelijk geweest zijn als er een derde persoon in het spel geweest was.

De eerste vraag die we beantwoord hebben na de scheiding was: Gaan we straks tegelijk naar de verjaardagen van de kinderen, of spreken we een dienstregeling af? Het antwoord was, dat we letterlijk samen gingen. We hebben familie en vrienden een brief gestuurd, dat we weliswaar uit elkaar gingen, maar niet om elkaar te laten vallen.
We hadden in het begin nog bijna dagelijks telefonisch contact. Als de een het moeilijk had, schoot de ander te hulp.

We komen nu nog steeds bij elkaar op verjaardag. Dan zien we ook de wederzijdse familie. Ook mijn nieuwe partners nam ik mee.
Vóór M. heb ik J. als vriendin gehad. Zo nodigde I’s moeder, op I’s verjaardag, mij en J. uit om langs te komen als we samen in Groningen waren. Dat hebben we ook gedaan.
Als ik alleen in Groningen was, ging ik ook nog altijd even bij I’s moeder op bezoek.
Toen ze 90 werd, ben ik, zonder J. (die relatie liep toen toch al op z’n eind), uitgenodigd voor haar feestje in het dorp waar haar zes kinderen geboren zijn.
Moet ik nog uitgebreider mijn respect betonen aan een vrouw van die leeftijd, uit die culturele periode, die mij zoveel genegenheid geboden heeft?

I’s moeder is kort voor haar een-en-negentigste verjaardag overleden. Ze woonde nog altijd zelfstandig in een aanleunwoning bij een bejaardencentrum.
Dinsdag zou I. naar haar toe gaan om alles te helpen voorbereiden. Zondagavond belde moeder dat ze zich niet zo lekker voelde, en I. beloofde om maandag al te komen.
Toen I. aan het begin van de middag arriveerde, waren de gordijnen nog dicht. "Tafeltje dek je" had wel de maaltijd in de keuken gezet, maar moeder lag vredig in de slaapkamer op bed. Overleden.

I. was in mijn ogen nooit zo’n held. Ze had nog nooit eerder naar iemand durven kijken die overleden was. Maar in die situatie heeft ze alles wat nodig was afgehandeld op een manier waarvoor ik diep respect heb.
Ze kon geen enkele van haar broers en zussen bereiken, door werk of vakantie. Zo was ik de eerste die ze bereikte, en die als eerste met onze zoon daar arriveerde (ik had nog geen rijbewijs).

Uiteraard was ik bij die begrafenis aanwezig. Dat mijn naam niet op de rouwkaart heeft gestaan, is het gevolg van het standpunt van één van I’s zussen, B., dat ik er na de scheiding niet meer bij hoorde. Ik had het graag gewild, maar ik zou het erger gevonden hebben als daarom gekrakeel was ontstaan.
De ironie wil, dat ik met A2., de zoon van B. heb opgetrokken bij die begrafenis, omdat hij het emotioneel erg moeilijk had en mij toen op zijn pad vond. Ik had altijd al een goed contact met hem, net als met zijn vader, M2, die met zijn filosofische instelling wel eens de aansluiting miste met de rest van de familie.
Ik heb een heel fijne herinnering aan een heel geanimeerde, serieuze discussie, die M2. en ik begonnen waren en waarbij iedereen van de familie om de tafel kwam zitten en een bijdrage leverde.

Gisteren waren M. en ik dus weer samen met die familie. De hele familie heeft M. intussen wel eens ontmoet. En geaccepteerd, zeker sinds ik met M. getrouwd ben.
Na de teraardebestelling werd iedereen terugverwacht in het dorpshuis, waar ook de ceremonie had plaatsgevonden. De begrafenisstoet was lopend naar het kerkhof gegaan en, informeler, teruggelopen.

Bij binnenkomst liep ik bijna rechtstreeks tegen A., mijn ex-zwager en nu Selma’s weduwnaar aan. Het protocol schreef voor, dat het condoleren pas bij vertrek zou plaatsvinden, maar daar had ik even lak aan.
Ik bedankte hem dat we een kaart gekregen hadden, en zei dat ik het een hele mooie kaart vond. Hij legde uit dat op de kaart een foto stond van het stukje zeestrand in Frankrijk waar Selma zo ontzettend veel van hield. En dat het logisch was dat wij een kaart kregen, omdat ik zo lang deel had uitgemaakt van de familie, en er eigenlijk nog steeds "een beetje bij hoorde". Ik denk dat we niet vaak zo, bezig met onze emoties, bij elkaar gestaan hebben.
I. en ik hebben voor mijn gevoel nog wel eens dezelfde soort confrontaties gehad als A. en Selma, waarbij het uiten van gevoelens een hot item was.

Weer op mijn plaats in het Dorpshuis kwam een zus van I., A3, naar ons toe om even bij te praten. Ze zei dat ze het fijn vond dat we er waren, en dat we er bij horen. Toen vertelde M., dat ze pas echt verliefd op mij was geworden, door mijn tranen toen ik haar, aan de balie van de bibliotheek, vertelde dat mijn ex-schoonmoeder was overleden.

Een zus van Selma kwam naar me toe, en vroeg of ze mijn naam correct onthouden had. Ik de hare ook. Het voelde zo vertrouwd. Later vroeg ik haar: Hoe vaak hebben we elkaar eigenlijk ontmoet? Ze schatte: Drie keer? Ik dacht dat dat klopte.

Dat A. ons vervolgens uitnodigde om nog mee te gaan naar de nazit bij hem thuis, laat geen enkele twijfel over mijn, onze plaats bij die familie.
Ik beschouw het als een belangrijk onderdeel van ons levensgeluk, dat wij zo met onze ex-familie kunnen omgaan, want ook aan M’s kant gaat het zo.
Selma, dank je voor wat je ons tijdens je leven en ook daarna gegeven hebt…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Familie

  1. Een mooi eerbetoon Gauke……

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s